@haagshistorisch interessant

Deze BiancaBalansDag was ik op bezoek in Den Haag. Ik was nog niet eerder in het Haags Historisch Museum, maar getriggerd door de titel van deze tentoonstelling, leek het me interessant om mijn kennis over Den Haag eens aan te vullen.

biancaholland-332Gezichten van de gouden eeuw (portretten van Jan van Ravesteyn)
Ooit was Jan van Ravesteyn de meest gewilde portretschilder van Den Haag, maar tegenwoordig is deze zeventiende-eeuwse schilder bij het grote publiek onbekend. Een behulpzame dame van de beveiliging maakte even een fotootje van me.

Jan van Ravesteyn (ca. 1572-1657) was in de zeventiende eeuw een van de belangrijkste portretschilders van Den Haag. Hij ontving eervolle opdrachten van onder meer prins Maurits, het stadsbestuur, de schutterij en rijke particulieren uit de stad. Bovendien werd hij geroemd door opdrachtgevers én tijdgenoten: de beroemde hofschilder Anthony van Dyck maakte zelfs een portret van hem.

Bij leven was hij een gevierd schilder, maar vandaag de dag is Van Ravesteyn bij het grote publiek nog onbekend. Daarom geeft het Haags Historisch Museum een overzicht van zijn leven, werk en opdrachtgevers, op de plek waar hij zelf zo’n 400 jaar geleden actief was als schutter. De expositie toont vier topstukken uit de eigen collectie, aangevuld met bruiklenen van o.a. het Mauritshuis en Rijksmuseum.

Over het museum:
Over het museum zelf gevestigd in de Sint Sebastiaansdoelen, opent in 1884 haar deuren. Omdat de collectie blijft maar groeien, wordt in 1912 flink opgeschoond, waarbij de moderne kunst wegens ruimtegebrek elders wordt ondergebracht. Hierdoor krijgt de Sint Sebastiaansdoelen het karakter van een historisch museum.
Eind 1934 verhuist het museum naar het door Berlage ontworpen gebouw aan de Stadhouderslaan. Daarmee verliest de historische collectie haar prominente positie. ‘Haagse Historie’ is maar één van de vele afdelingen. Afdelingen zoals Moderne Kunst eisen meer aandacht op en noodgedwongen verdwijnt een deel van de collectie in depots. Eind jaren zeventig is de vaste opstelling Haagse Historie zelfs verdwenen.

In 1986 krijgt de Haagse Historie opnieuw een plek in de Sint Sebastiaansdoelen. Daarmee is het Haags Historisch Museum een feit. Op 1 januari 1991 draagt het Gemeentemuseum de collectie Haagse Historie officieel over aan dit nieuwe museum.

Zo werd het weer een leerzame dag! Omdat mijn interesse over de stad ook gewekt was, heb ik daar ook het e.e.a. over opgestoken. Dus wanneer het je ook interesseert, lees dan verder 🙂

Over Den Haag zelf:
In 1248 zou graaf Willem II zijn begonnen om het eerste grafelijke verblijf om te bouwen tot een als bestuurscentrum bruikbaar kasteel, het Binnenhof. Zijn zoon Floris V zorgde ervoor dat de Ridderzaal voltooid werd. Rond het Binnenhof is later het dorp Den Haag ontstaan.

De Ridderzaal en het Binnenhof werden versterkt, maar het dorp eromheen kreeg nooit stadsrechten, al bleef Den Haag residentie van de graven van Holland en hun opvolgers. Den Haag kon groeien als compromis tussen de Hollandse steden, maar diezelfde steden zorgden ervoor dat Den Haag geen vestingstad werd.

Ten tijde van de Late middeleeuwen begint dankzij de aanwezigheid van het grafelijke hof een gestage groei van de bevolking van Den Haag. Omstreeks 1400 telde Den Haag enkele duizenden inwoners, waardoor het in feite eerder een stad dan een dorp was. Aan het eind van de langdurige Hoekse en Kabeljauwse twisten werd Den Haag, niet beschermd door wallen en singels, in juli 1479 ingenomen en geplunderd.

Rond 1530 worden plannen gemaakt om Den Haag te ommuren, maar deze zijn nooit uitgevoerd. Ook tijdens de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog werd Den Haag genadeloos geplunderd en raakte het nagenoeg ontvolkt. Het Hof van Holland en de Hollandse Rekenkamer worden verplaatst naar Utrecht. De stad was het Spaanse hoofdkwartier tijdens het beleg van Leiden. Aanvankelijk had het er in de jaren 1580 nog om gespannen of het verwoeste Den Haag weer zou worden opgebouwd; Nadat de Staten-Generaal zich, in 1583, in de Noordelijke Nederlanden hadden gevestigd, kwamen zij aanvankelijk in Middelburg bijeen. Vanaf 1585 werd Den Haag de vergaderplaats en ook de stadhouder besloot zich hier te vestigen.

In 1622 telde Den Haag 16.000 inwoners. In de de eerste decennia van de 17e eeuw werd Den Haag omgeven door grachten, die door stadhouder prins Maurits als aanzet tot volledige vestingwerken waren aangelegd, maar van de geplande echte verdedigingswerken kwam verder niets. Desondanks zou de stad in deze eeuw een belangrijke ontwikkeling doormaken als regeringscentrum van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In deze periode was reizen moeilijk en tijdrovend. De vele delegaties en afgevaardigden voor de Staten-Generaal richtten daarom hun eigen comfortabele logementen in. De grote steden, zoals Amsterdam en Rotterdam, hadden hun eigen logementen, maar de kleinere steden richtten gezamenlijke logementen in. Langs de Vijverberg en het Lange Voorhout verrezen vele kostbare woningen waar zich regenten en kooplieden vestigden. In het kielzog van hof, overheid en politiek trokken vele arbeiders, ambachtslieden en kunstenaars naar Den Haag.

Aan het eind van de 18e eeuw was het bevolkingsaantal opgeklommen tot ongeveer 40.000, waarmee dit “dorp” de op twee na grootste nederzetting van Nederland was geworden (na Amsterdam en Rotterdam). Door de aanwezigheid van het stadhouderlijk Hof, de Staten-Generaal en buitenlandse diplomaten en adel had Den Haag een veel aristocratischer karakter dan de meeste andere Nederlandse steden. Maar er was een groot contrast tussen de aristocratische wijk rondom het Binnenhof en Voorhout en de meer volkse delen van het “dorp”.

In de 19e eeuw werd Den Haag uitgebreid met Rijswijks grondgebied. Het inwonertal van Den Haag bedroeg omstreeks 1870 ca. 100.000, en rond 1900 telde de stad ongeveer 200.000 inwoners. In die tijd speelde Den Haag ook in kunstzinnig opzicht een belangrijke rol vanwege de schilders van de Haagse School.

In 1899 vond in Den Haag de Eerste Haagse Vredesconferentie plaats, die leidde tot de oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage, dat in Den Haag gevestigd werd. De Amerikaanse staalmagnaat Andrew Carnegie schonk een bedrag van $ 1.500.000 (omgerekend zo’n 23 miljoen euro) voor de bouw van het Vredespaleis (gebouwd tussen 1907 en 1913), waarin dit hof zou zetelen. Later werd ook het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis gevestigd. Net als in Amsterdam blijkt Berlage een ook hier een uitbreidingsplan gemaakt te hebben (1908).

Op 1 januari 1960 telde Den Haag 605.876 inwoners. Momenteel telt de stad ruim 500.000 inwoners.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in CrossDressing, Publicaties, Uncategorized. Bookmark de permalink .

2 reacties op @haagshistorisch interessant

  1. Colline zegt:

    Goed stuk Bianca, en leuk. Groetjes, Colline

  2. Gea Cross zegt:

    Ik heb deze tentoonstelling in december bekeken, vond het ook zeer interessant!

Hier kan je je reactie achterlaten

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.